Handen wassen.

Wanneer moeten de handen worden gewassen?

Voor:

 Het aanraken en bereiden van voedsel.

 Het eten of het helpen bij eten.

 Wondverzorging.

Na:

 Hoesten, niezen en snuiten.

 Toiletgebruik/billen afvegen.

 Het verschonen van een kind.

 Contact met lichaamsvochten zoals speeksel, snot, braaksel, ontlasting,

wondvocht of bloed.

 Buiten spelen.

 Contact met vuil textiel of de afvalbak.

 Schoonmaakwerkzaamheden.

 

Handen wassen gaat als volgt:

 Gebruik stromend water.

 Maak de handen nat en doe er vloeibare zeep op.

 Wrijf de handen (gedurende 10 seconden) over elkaar en zorg ervoor dat

water en zeep over de gehele handen worden verdeeld.

 Let op de kritische punten: was ook de vingertoppen goed, tussen de

vingers en vergeet de duimen niet.

 Spoel de handen al wrijvend af onder stromend water.

 Droog de handen af met een schone droge handdoek.

 Gebruik papieren handdoeken

 

Geef een reactie

Naam *
E-mail *
Website